HAL12 kent een rijke historie. Op deze unieke locatie hebben honderden of zelfs wel duizenden mensen uit de regio gewerkt. In die tijd zijn er vele mooie herinneringen ontstaan. Herinneringen aan een prettige, sociale werkgever, maar ook aan de mooie contacten die er waren. Én nog steeds zijn. In de fabriekstijd zijn er veel relaties ontstaan op de werkvloer. En dan hebben we het over relaties in de breedste zin van het woord; huwelijken, vriendschappen, vaders en zoons, mensen met dezelfde afkomst.

Verhalenreeks: De herinnering blijft …Turmac | Rothmans | BAT | HAL12
Die verhalen willen we niet vergeten, maar vastleggen. 12 verhalen van verschillende mensen publiceren we hier op deze website. We hopen dat ook straks als HAL12 haar deuren opent er weer vele ontmoeten op deze plek zijn en wellicht ontstaan er weer nieuwe relaties. Hieronder enkele mensen waarvan de verhalen in de reeks terugkomen. Scrol verder naar beneden om de verhalen in de reeks te lezen.

Gedurende de jaren ’20 van de vorige eeuw werd de Turmac opgericht, de tabaksfabriek in Zevenaar. Eigenaars Willem Carel Buschhammer en Kiazim Emin Bey importeerden tabak uit Turkije en Macedonië, vandaar de naam Tur-Mac. De Turmac-fabriek voorzag velen in Zevenaar van een inkomen en was een belangrijke motor voor de lokale economie.

Wederopbouw

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de fabriek vernietigd tijdens een bombardement. Bij de wederopbouw werd besloten om de productie uit de ‘kantoortoren’ te halen, en hier een aparte productiehal voor te bouwen. De ‘toren’ werd in kleinere variant hersteld. Ernaast rees de grote productiehal op. Zo werd HAL12 – in de volksmond ook wel de ‘Turmac-hal’ – in de jaren ’50 gebouwd.

Van Turmac naar BAT

Onderhevig aan internationale marktwerking werden de laatste Turmac-sigaretten in 1960 geproduceerd. Daarna ging de fabriek voor andere fabrikanten sigaretten produceren, voor Rothmans en later de British American Tobacco Manufacturing Company (BAT). De fabriek werd in 2008 gesloten.

In nieuwe handen

Sinds die tijd heeft een deel van het inmiddels fors uitgebreide fabrieksterrein (62.000 m2) gefunctioneerd als douanegebied. In 2012 is het gehele terrein verkocht aan drie partijen: projectontwikkelaars De Klok Groep uit Druten en Solidiam uit Amsterdam en aan gemeente Zevenaar. Gemeente Zevenaar heeft daarbij het voormalige Turmac-hoofdkantoor (3.500 m2), het monumentale Huize Rijck (1.000 m2) en een productieloods (HAL12) van 7.500 m2 aangekocht.

Wonen bij HAL12

De ontwikkeling van HAL12 als podium voor samenwerking staat dus in het kader van een grotere gebiedsontwikkeling. Inclusief de bouw van nieuwe woningen rondom de voormalige productiehal als context. De bouw hiervan gaat begin 2018 van start .

Onder één dak

Sinds 2015 is de publieksdienstverlening van de gemeente gevestigd in de hal. In 2016 is de rest van de gemeente verhuisd naar de aangrenzende kantoortoren. Per juli 2017 heeft de Regionale Sociale Dienst de Liemers (RSD) intrek genomen in HAL12. En in het voorjaar van 2019 hopen we alle andere partners en bezoekers in de hal te kunnen verwelkomen.

De verhalen in de reeks leest u hieronder.

Verhaal 9: Henk en Anouk Schepers

Twee dingen vindt hij jammer. Dat Liemers Museum naar Hal12 gaat; hij had het museum graag opnieuw de grandeur van een opgeknapte Havezathe Mathena gegund. En de afbraak van het oude gemeentehuis, “echt een aderlating voor de stad.”

Even terug naar 1975 toen Henk Schepers, net 19 jaar, voet op Turmac/BAT-bodem zette. “Met toestemming van mijn vader, destijds vereist, ging ik er als elektromonteur aan de slag, 34 jaar lang. Op 31 maart 2009 sloot het Turmac/BAT-boek voorgoed. Niet fijn, maar omkijken zit niet in mijn genen; er ligt altijd weer een nieuwe titel te wachten.” Voor hij daaraan toe was, kwam Henk thuis te zitten. “Een nare tijd, leeg en doelloos. Ik werd er niet gezelliger op. Gelukkig had het UWV een luisterend oor en op hun advies meldde ik me als vrijwilliger bij de mediatheek. Niet veel later kwam de kans voorbij om VMBO-elektrotechniek-leerlingen te begeleiden. Toen Candea mij vroeg mee te werken aan duurzaamheidsprojecten op het Technasium, zette dat de toon voor mijn huidige werk. Als onderwijsassistent werk ik inmiddels 4,5 dag per week op de HAN. Ik vind het geweldig. De studenten dagen me uit en houden me jong. Het is een dynamische omgeving, het vibreert, elke dag opnieuw en dat doet mij leven! Zo ik al iets zou missen op school is het de kunst. Daar kunnen ze met Turmac als voorbeeld nog wel een slag maken.”

Maakte Henk de overstap van een fabrieksomgeving naar het onderwijs, de arbeidshistorie van dochter Anouk is van geheel andere aard. Van CWI via Iriszorg en UWV kwam ze terecht bij de RSD (Regionale Sociale Dienst). Als klantmanager werk en activering. “Mensen die een beroep op een uitkering doen, begeleid ik richting werk of richting zorg. Het doel is hen weer op een volwaardige manier in onze samenleving te laten meedraaien. Meestal lukt dat, soms zijn er teveel belemmeringen en is dat niet of slechts deels haalbaar. Maar ook dan zoeken we naar manieren voor verdere ondersteuning.”

Het was Hal 14 waar Henk de meeste voetstappen heeft staan en niet Hal 12 waar nu de RSD is gevestigd. Zijn de bouwactiviteiten niet van de lucht, aan de oorspronkelijke fabrieksvloer wordt niet getornd. Anouk: “Met regelmaat denk ik terug aan de waarschuwingen tijdens open dagen ‘Binnen de lijnen blijven’. De lijnen zijn gebleven net als de herinneringen. Aan fantastische sinterklaasfeesten met grote cadeaus, aan regelmatige verkoopsessies van Pall Mall kleding, aan de WW-periode van mijn vader. Ik werkte op dat moment bij UWV. Hoe onplezierig het ook was, vanuit mijn werk kon ik hem begeleiden. Wat weet je van solliciteren als je 34 jaar bij hetzelfde bedrijf hebt gewerkt? Het was allemaal nieuw. Daarbij komt dat ontslag iets met een mens doet. Het is een heus rouwproces. Ik was trots op mijn vader; hij heeft altijd de overtuiging vastgehouden dat het goed zou komen. Ik ben nog steeds trots op mijn vader omdat hij enthousiast en leergierig ook dit avontuur tot een succes maakt. Ik heb hem vaak als voorbeeld aangehaald.”

Verhaal 8: Patricia Timessen en Xandra Delleman

Ze fietsen er meteen maar een oneliner in: “De afdeling T&D, Training en Development is naar ons vernoemd, Timessen en Delleman.” De toon is gezet. Goedmoedig met volop humor. “Net als in de Turmac-tijd” zegt Patricia.

Patricia Timessen en Xandra Delleman werkten 14 jaar in een duobaan bij Training & Development. Dè plek waar alles rond studies, opleidingen en trainingen werd geregeld. Eén functie ingevuld door twee parttimers was in die tijd niet alledaags. Patricia: “Het liep als een tierelier. Bij het wisselen van de wacht was er een korte overdracht en alle wetenswaardigheden schreven we in een logboek. Maar belangrijker nog, we voelden elkaar feilloos aan, dachten over werk gerelateerde zaken hetzelfde en wilden alles delen. Voeg humor toe en voilà de sfeer van T&D. Toen het doek viel was de verwachting ooit nog zo’n mooie werksituatie terug te krijgen nihil. Maar bij Pro Persona, waar ik functioneel beheerder HR ben, bofte ik opnieuw. En weer is er een Xandra!”

Is het tegenwoordig rozengeur en maneschijn, na het ontslag in 2009 belandde Patricia in een zwart gat. “In totaal heb ik 32 jaar bij Turmac/BAT gewerkt, ook nog 11 jaar bij Tabakbewerking en 6 jaar bij Inkoop, Ik had er graag mijn pensioen gehaald. Met pijn in mijn hart zat ik ineens acht maanden thuis. Het gemis van werk, collega’s, de sfeer en natuurlijk Xandra deed zeer. Vanuit het persoonlijk opleidingsbudget dat we bij ontslag meekregen volgde ik een opleiding binnenhuisarchitectuur. Het verzachtte iets de pijn.”

Ook Xandra die een jaar eerder dan Patricia vertrok, benutte de zak met studiegeld ten volle. “De opleiding visagie die ik volgde was een bewuste keuze. Je komt letterlijk en figuurlijk dicht bij iemand en die intimiteit is voor mij belangrijk. Het leidde me daarnaast iets af van het ontslag. Op dit moment staan mijn visagie-activiteiten wat op een waakvlammetje, al blijft het me boeien.”

Na wat omzwervingen ging Xandra, inmiddels 8 jaar geleden, aan de slag bij Waterschap Rijn & IJssel. “Ik noem mijzelf een interne ZZP’er, heb namelijk al op verschillende units gewerkt. Het stroomlijnen van administratieve processen en het organiseren van events ligt mij goed. Onze dijkgraaf Hein Pieper is gedurende twee jaar voorzitter van de Gelderse Waterschappen. Daar komen vergaderingen, buitenlandse reizen en excursies uit voort. Werk dat naadloos aansluit bij mijn creatieve inslag en mijn behoefte om met mensen te werken.”

Xandra: “In mijn Turmac-jaren was ik er nooit zo mee bezig, pas achteraf realiseerde ik me hoe vooruitstrevend Turmac/BAT was. Het bedrijf liep 20 jaar voor op de meeste andere ondernemingen. Allerlei geavanceerde systemen, werknemers van buiten Zevenaar die werden opgehaald, gratificaties, parttimers, voor Turmac/BAT allemaal de normaalste zaak van de wereld. Als geen ander begreep het bedrijf dat tevreden werknemers de beste krachten zijn.

En wat ons betreft, Patricia en ik hadden een geweldige tijd en zijn voor altijd collega’s, ook al werken we niet meer samen.”

Verhaal 7: John Balduk en Jan Salemink

Het interview met John Balduk en Jan Salemink is een uur van vrolijke verhalen, dolkomische herinneringen met op z’n tijd een serieuze noot. “We hebben veel plezier gehad, ontelbare streken uitgehaald en hard gewerkt” zegt John Balduk. “Super jaren waren het, zeker toen Turmac eigenaar was. In de Rothmans-periode werd het wat strenger en na de overname door BAT nam de sfeer merkbaar af; het afbouwen was begonnen. Weet je hoe we BAT toen in de werkplaats noemden? ‘Bittere Armoede Tegenwoordig’.”

De mannen zijn vrienden voor het leven. Al 40 jaar trekken ze samen op, kennen elkaars familie en delen lief en leed. Ook hobbymatig is er een klik. Beiden zijn motorfanaat. Jan heeft een Harley uit 1948, John een Moto Guzzi. Jan, van oorsprong automonteur, hield van de halve Turmac de auto bij, John deed timmerklussen bij de andere helft.

Het was al in de Turmac-tijd dat John na zijn werk als installatiemonteur thuis met hout aan de slag ging. “Overdag was het metaal dat de klok sloeg, hout bood me de broodnodige uitdaging. Na 28 jaar viel in 2008 voor mij het doek. Als een van de eersten uit de werkplaats vertrok ik. De ontslagvergoeding gaf me een extra zetje als opstap voor mijn bedrijf Balduk Bouwservice. Van meet af aan ben ik druk geweest, maar wat heb ik mijn maten soms gemist! Inmiddels heb ik collega’s, mijn jongste zoon en twee ZZP’ers.”

Net als John begon ook Jan, december 1969, in de werkplaats als installatiemonteur. Alle werkzaamheden aan de complexe sigaretten- en filtermachines behoorden tot het takenpakket van de monteurs. Jan: “Maar we deden meer. Schreven handleidingen, leidden monteurs op en testten nieuwe producten. Als er een machine binnenkwam, gingen wij er eerst mee aan de slag. Het was onze uitdaging om die tip top in orde te krijgen voor die de productie in ging.”

Op zeker moment pakte Jan met regelmaat zijn koffer om in buitenlandse vestigingen technische ondersteuning te bieden. Hij genoot ervan. Hoe het reisvirus hem bij de kladden had, bleek na zijn pre-pensionering. Na wat freewheelen in zijn oude vak, de autoreparatie, ging hij zeven jaar geleden als freelancer aan de slag bij ITM Eindhoven, een fabrikant van filtersigaretten/sigarenmachines. Liefst 90% van de tijd die hij voor het bedrijf werkt, vertoeft hij in het buitenland. Van Georgië tot Soedan, van Tenerife tot Amerika, overal biedt hij ondersteuning bij het installeren en afstellen van machines voor vooral de sigarentak. En passant leidt hij machinisten en monteurs op.”

John: “Als we terugkijken, waren het fantastische jaren met uitzondering van die laatste paar. Natuurlijk met geweldige arbeidsvoorwaarden, maar bijzonderder was het vertrouwen dat Turmac je gaf. Daardoor kon je groeien.” Jan: “Turmac was heilig. Het leek soms wel een huwelijk. Op de werkvloer lekker mopperen, maar wee je gebeente als er op een verjaardag iemand iets negatiefs over Turmac zei, dan waren de rapen gaar. Als het bedrijf niet was gesloten, had ik er zeker tot mijn 65ste gewerkt.”

Verhaal 6: Servaas en Carla Apeldoorn – Wieleman

Het is zeker 20 jaar geleden, maar bij Servaas Apeldoorn gaan de ogen nog steeds glimmen. “Stond daar in de hal van Rothmans Tobacco, toen eigenaar, een heuse Formule 1 auto. Ter promotie. Het bedrijf sponsorde de auto- en motorsport. Er was zelfs een wedstrijd voor medewerkers met voor de winnaar een bezoek aan de formule 1 fabriek in Milton Keynes. Dit was het bedrijf ten voeten uit; maatschappelijk, sociaal en cultureel grensverleggend.”

Wie Turmac/BAT zei, zei ‘Wieleman’. Zus Annemieke, broer Harry, schoonzus Erna, aangenomen kind Drieske Verlangen en oom Jan werkten er. Op aanraden van zijn aanstaande schoonfamilie, Carla en hij hadden al verkering, begon Servaas rond 1977 bij de sigarettenfabriek. Van machinist in ploegendienst, via monteur bij de inspectieploeg belandde hij in de werkplaats. “Alle machines reviseerden en repareerden we daar met uitzondering van de verpakkingsmachines. Het was een mooie tijd, zeker door de tripjes naar buitenlandse vestigingen om machines te installeren.” Naast Servaas kreeg ook Carla het advies er te solliciteren, ze werd aangenomen. De zussen belandden tegenover elkaar op de afdeling kwaliteitscontrole, waar ze verantwoordelijk waren voor de gegevensverwerking van de inspecties. Kwaliteit stond hoog in het vaandel. Voortdurend werden door het hele bedrijf keuringen uitgevoerd op filterpapier, sigarettennaad, luchtweerstand, tabakssoort, inkt, tekst op de pakjes enz.

Servaas en Carla met hun kleinzoon Benthley

Carla: “Ik had het reusachtig naar mijn zin en nooit verwacht dat dit dienstverband eindig zou zijn. Toch was het realiteit. De sluiting van de fabriek werd in drie fasen opgeknipt. Ik zat in 2005 in de tweede groep met gelukkig een sociaal plan. Al was ik er 23 jaar, ook voor mij gold Last in First out. Servaas mocht het nog vier jaar langer uitzingen, hij ging met een riante ontslagvergoeding naar huis. Zelfs na ontslag heeft Servaas op kosten van Turmac/BAT zijn elektriciënsdiploma en groot rijbewijs nog gehaald.”

Servaas: “Van Turmac/BAT schoof ik rechtstreeks door naar mijn nieuwe werkgever, Nuon. Daar begeleid ik, inmiddels al weer 10 jaar, projecten die met opwekking van energie te maken hebben. Carla: “Bij mij duurde het wat langer met de WW als dieptepunt. Uiteindelijk is het goed gekomen. Nu verzorg ik met een collega in een duobaan de volledige administratie van Mini-Art, een etikettendrukkerij in Duiven.”

De vraag of Servaas Apeldoorn en zijn vrouw Carla Wieleman het naar hun zin hebben gehad bij Turmac/BAT lijkt overbodig. Fotoboeken en herinneringsobjecten als het Peter Stuyvesantbeeldje en de Ecu-munt komen op tafel. Maar bovenal zijn er verhalen, veel verhalen over die bijzondere werkgever. “We hebben het heel goed gehad” zeggen beiden. Servaas: “Sterker nog, Turmac/BAT heeft ons als mens gevormd. Er waren legio kansen om je te ontplooien. Naast uitstekende arbeidsvoorwaarden vormde dat het fundament voor een stevige maatschappelijke basis. Daar plukken we nog altijd de vruchten van.”

Verhaal 5: Erwin Winkel en John van de Winkel

Ze bouwden samen een camper, volgden meerdere houtbewerkingscursussen, maar genieten net zo van een lezing over filosofie. John van de Winkel en Erwin Winkel zijn bevriend. Al zo’n 35 jaar. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst bij het afstuderen van Erwin als bedrijfskundige. John was gecommitteerde. Na zijn studie elektronica hoefde Erwin niet in dienst. Voor zijn gevoel had hij tijd ‘over’ voor een tweede opleiding, bedrijfskunde. John, ook bedrijfskundige en in dienst bij Turmac/BAT, zag wel wat in de jonge Erwin en adviseerde hem te solliciteren. Productieplanner werd zijn eerste baan. In de 27 jaren die volgden vervulde Erwin tal van functies. Als internationaal projectmanager nam hij in 2009 afscheid van het bedrijf.

Via schepen, bier, ijzer en sigaretten uitkomen bij ontwikkelingswerk? John van de Winkel deed het. Zijn loopbaan in Zevenaar begon in 1980. In een gestaag tempo klom hij via projectmedewerker Plan B, chef Verpakkingen en hoofd Productie op tot directeur. Op eigen verzoek verliet hij in 1996 het bedrijf. “Er was geen sprake van onvrede. Integendeel. Turmac/BAT was een geweldig bedrijf met een informele en aangename sfeer. Met vriendelijke mensen en uitstekende arbeidsvoorwaarden; een nieuwe uitdaging lonkte.”

En uitdagend werd het. Na wat interim klussen deed John vanaf 2000 projecten voor ICCO, een non-profit organisatie. Zes jaar later maakte hij de stap, als vrijwilliger, naar Youth at Venture. Deze organisatie biedt aan jongeren uit de sloppenwijken van Manilla een compleet pakket om een onderneming te starten. “Ik werd zo geraakt door de veerkracht van deze jonge mensen dat ik in 2012 stichting LOOP heb opgericht. LOOP importeert gezonde en lekkere landbouwproducten uit de Filipijnen, betaalt een eerlijke prijs, werkt zonder tussenhandel en winstoogmerk en mèt louter vrijwilligers En Erwin? Natuurlijk is hij erbij.”

Erwin: “Al bij ons eerste contact was er een klik. In de loop der tijd heeft onze vriendschap zich ontwikkeld en verdiept. We zien elkaar vaak en hebben veel lol. Wat ik in John waardeer is zijn toegankelijkheid, hij kickt niet op maatschappelijke status of positie. Bij hem kan ik mezelf zijn en dat is fijn. Soms voeren we pittige discussies maar altijd met respect voor de ander.” John: “Betrouwbaarheid, een sociaal gezicht en herkenbare principes zijn voor mij basisvoorwaarden voor een vriendschap. Daarnaast is een goede vriendschap in beweging. Die groeit en wint aan kracht.”

Turmac/BAT heeft jullie behalve kameraadschap meer gebracht. Erwin: “Een stapel certificaten van allerlei cursussen. Het bedrijf was groot voorstander van persoonlijke ontwikkeling. Elk jaar kon iedere werknemer kiezen uit 20–30 cursussen. Van automatisering tot breien. De overweging was dat elke cursus persoonlijke groei betekende. En die kwam zowel medewerker als bedrijf ten goede. John grinnikend: “Ik was de initiator hiervan.” Erwin: “Die houding, verder kijken dan je eigen grenzen, kenmerkt ook onze vriendschap.”

Verhaal 4: Annie Nas en Jan Groenen

Robert ten Brinks ‘All you need is love’ verbleekt bij de romantische manier waarop Jan Groenen zijn Annie Nas heeft veroverd. Ze waren collega’s bij Turmac/BAT, maar kenden elkaar slechts oppervlakkig. Annie werkte in dagdienst op de drukkerij, Jan in ploegendienst als machinist aan de sigarettenmachine. Jarenlang bleef het bij sporadisch een praatje. Tot het moment waarop Annie zware dozen moest opruimen. Hulp was welkom. Wie liep ze tegen het lijf? Jan Groenen!

De levenslust die de energieke Annie uitstraalde raakte hem vol. Hij, inmiddels weduwnaar, zij single, durfde wel een poging te wagen. Maar hoe? Een briefje met telefoonnummer en de vraag hem te bellen bracht uitkomst. Zo geschiedde. Annie: “Ik vond het wel spannend, zo’n date. Ook wat apart. Ik moest hem ophalen, hij had geen rijbewijs. De avond verliep op rolletjes en met een zware doos vertrok ik diep in de nacht naar huis. Een enorm boeket bloemen bleek de verrassing. Weken vergleden. Waar Jan wat ongeduldig werd, ging het mij haast te snel. Tot het moment waarop hij mij op het werk ‘overviel’ met rode rozen. Met deze tekst: ‘wie heeft ooit kunnen dromen dat we door een eenvoudige doos bij elkaar zijn gekomen.’ Na driekwart jaar trok ik bij hem in. Vorig jaar mei zijn we na 11 jaar samenwonen getrouwd. Was onze relatie op het werk niet algemeen bekend, van Jans laaggeletterdheid wist niemand.”

Maar liefst 40 jaar heeft Annie bij Turmac/BAT gewerkt. Jan zo’n 38 jaar. Nooit heeft hij over zijn laaggeletterdheid gesproken. “Uit schaamte. Het is zo’n taboe. Waarom ik zo slecht kon lezen en schrijven? Op de lagere school is ergens een kink in de kabel gekomen. Vervolgens ging ik op mijn vijftiende van school om te werken. Later trouwde ik een vrouw die alle administratieve rompslomp voor haar rekening nam. Mijn achterstand nam alleen maar toe.

Met mijn baan bij Turmac/BAT, ik begon er op mijn 19e, heb ik veel geluk gehad. Een zeer deskundige maat leerde mij het vak van machinist. Toen hij vertrok, beheerste ik het werk. De maat waarmee ik vervolgens een duo aan de machine vormde, heeft nooit van mijn laaggeletterdheid geweten. Mijn trukendoos zal vol smoesjes en foefjes. Dagelijks moesten er formulieren ingevuld worden. Dat kon ik niet, dus een klusje voor mijn maat. Dan was het: ‘als ik opruim en schoonmaak, doe jij dan dat formulier even?’ 

Mijn vrouw overleed en er moest wat gebeuren. Zes jaar lang volgde ik als 56-jarige tweemaal per week lees- en schrijflessen. Lezen gaat goed. Schrijven is en blijft moeilijk; de afgenomen motoriek op oudere leeftijd en nu ook Parkinson maken het er niet beter op. Is het met mij redelijk goed gekomen, niet elke laaggeletterde zal mij dat nazeggen. Het isolement, de eenzaamheid en schaamte zijn enorm. Als ervaringsdeskundige wil ik hiervoor aandacht vragen. Daarom ben ik ambassadeur van de vereniging ABC geworden. Annie en ik doen dit samen. Ze steunt me waar mogelijk en rijdt me overal naar toe. Annie: “Ik ben zó trots op hem. Jan is de schaamte voorbij.”

Verhaal 3: Chris en Sally van Hee – Rahajaan

Meegaan naar Duitsland, het Beierse Bayreuth, Berlijn misschien? Voor Chris en Sally van Hee – Rahajaan was dat geen vraag. Chris: “Als Turmac/BAT had gewild, waren we zonder morren meegegaan. Turmac was ons leven, we ademden het. SOCIAAL werd daar nog met hoofdletters geschreven.”

Ze leerden elkaar kennen bij Turmac Harderwijk waar ze tot de sluiting in 1994 werkten. Chris als 1e machine-bediener, hij maakte en verpakte sigaretten, en Sally als kwaliteitscontroleur. Sally: “Het was heerlijk werk, zelfstandig en met een behoorlijke dot verantwoordelijkheid. Het was mijn taak om te zorgen dat aan de hoge kwaliteitsstandaard van de sigaret werd voldaan. Ik was behoorlijk kritisch.” Chris: “Vertel mij wat. Lovers of niet, als mijn sigaretten in haar ogen niet de vereiste norm haalden, was ze niet mals. Reken maar dat we de nodige pittige discussies hebben gehad.”

Een setje en collega’s, ging dat samen? Sally: “Noch in Harderwijk, noch in Zevenaar, ook nu thuis niet, zaten en zitten we dag en nacht op elkaars lip. In de pauzes zat Chris aan de kaarttafel, ik at mijn broodje elders. Thuis kwamen de laatste roddels en nieuwtjes heus wel eens voorbij, maar er was één gouden regel: wat thuis gebeurt, blijft thuis. Die afspraak heeft tot het einde toe goed gewerkt.”

Voelde Sally zich in haar toch wat geïsoleerde baan als een vis in het water, Chris had vrijheid nodig. Van 1e machine-bediener in Harderwijk werd hij materialenman in Zevenaar. Hij zwierf door het hele bedrijf en had door zijn flexibele functie ruimschoots tijd voor OR-werk en het middenkader van de FNV. Chris: “Van luisterend oor tot probleemoplosser, van alle markten was ik thuis. Lukte het mij of andere OR-leden niet een probleem te tackelen, één telefoontje naar de directeur was voldoende; samen proberen hobbels weg te werken was de grondhouding.”

Stond Turmac/BAT wijd en zijd bekend om haar uitstekende arbeidsvoorwaarden, de als familiair omschreven sfeer in het bedrijf was minstens zo vermaard. Het geheim? Chris: “De houding van het management speelde een grote rol. Door de jaren heeft Turmac/BAT bijna altijd bestuurders met een sociaal gezicht gehad. Op de werkvloer kan de sfeer opperbest zijn, als bij het hoogste kader inlevingsvermogen ontbreekt, wordt het niks. Verschillende managers zijn destijds zelf hun carrière op de werkvloer begonnen. Als geen ander kenden ze de mores en bedrijfscultuur. Het bedrijf leek zijn eigen nest schoon te houden van mensen die er niet pasten; die vertrokken vanzelf. Voor ons was Turmac/BAT een voorbeeld van een goed functionerende samenleving met verschillende nationaliteiten, culturen en bloedgroepen. Dat ontstond niet vanzelf, dat vereiste goede wil en inzet. Daarnaast speelde de hoge organisatiegraad een bindende rol. Zo’n beetje elke medewerker was lid van een vakbond.”

Chris: “Zelfs nu, tien jaar na de sluiting, zit Turmac/BAT nog altijd in ons bloed. Hoe mooi HAL12 er straks ook zal uitzien, iets van weemoed blijft.”

Verhaal 2: Jan Goemans en Nico van den Berg

Ze zijn vrienden voor het leven, geboren Westlanders, oud-collega’s en inwoners van de Liemers. Hun verhuizing naar Turmac/BAT was geen eigen initiatief; de toenmalige sigarettenfabriek Ed.Laurens* in Den Haag zou sluiten, de productie ging naar Zevenaar. Dat betekende ander werk zoeken of meegaan. Jan Goemans, inkoper, en Nico van den Berg, productieplanner, gingen mee.

Het was in 1992 dat hij en Nico de overstap naar Zevenaar maakten. Een ingrijpende move die voor hen en beider gezinnen een behoorlijke aderlating was.” Jan: “Het was een zuiver rationele beslissing. Ik was begin vijftig, had fijne collega’s en een goed betaalde baan. Waar zou ik met zo’n salaris op mijn leeftijd nog aan de bak komen? We stonden niet te springen; privé was ons leven op de rit; een heerlijke woonplek, mijn vrouw Agnes had een baan naar haar hart, onze zoon zat op kamers en onze puberdochter, die zat hier echt niet op te wachten.”

Jan: “In het begin was het overleven en verre van gemakkelijk. Terugkijkend heeft het Zevenaarse avontuur ons ook veel moois gebracht: uitdagend werk, een rijk sociaal leven, lieve vrienden en de kans om ons eigen huis te bouwen. Maar nu, ik ben 77, willen we terug naar het westen. Onze kinderen, kleinkinderen en oudste vrienden wonen er. De behoefte om de mensen die ons het meest nabij zijn dicht in de buurt te hebben groeit. Of het zal lukken met die dolgedraaide huizenmarkt? We gaan ervoor.”

Voor Nico lagen de kaarten anders. “Voor ik in 1992 op zomervakantie ging, waren de verhuisplannen bekend, maar dat ik direct na mijn vakantie al in Zevenaar moest aantreden, viel me rauw op het dak. Met onze oudste, de zoon, in het laatste jaar van de basisschool was verhuizen voor ons op dat moment geen optie. Uiteindelijk heb ik een aantal maanden alleen in Zevenaar gewoond; mijn gezin kwam in 1993 over. Ik praat er nu makkelijk over, maar zo’n verandering heeft veel impact. Ineens woonden we op behoorlijke afstand van onze familie, een kinderrijke buurt werd verruild voor een onbekende omgeving en dan het dialect, het leek wel een vreemde taal.

Maar alles kwam goed. In Duiven lieten we een huis bouwen, ik werkte eerst op European Planning, een kleine unit binnen BAT, daarna bij afdeling Inkoop en ons sociale leven kreeg vorm. Er volgden min of meer rustige jaren tot 2008. Turmac/BAT sloot haar deuren en opnieuw kwam ik, 54 jaar, zonder werk. Zo’n 130 sollicitatiebrieven verder heb ik me met goedkeuring van UWV in het vrijwilligerswerk gestort en een opleiding tot sportmasseur gevolgd. Nog altijd masseer ik voetballers, eerst jaren bij DVV en nu in Loo. Daarnaast ben ik oppas opa en taalcoach van een Eritreeër.

Zijn Jan en ik nog altijd bevriend, ook tussen onze vrouwen klikt het goed. In de beginperiode konden we elkaars steun goed gebruiken, nu viert vooral de gezelligheid hoogtij. Met zijn viertjes uit eten of wandelen, zijn momenten om te koesteren. Hoe dat moet als Jan en Agnes weer in het westen wonen?” Jan: “Ons contact is zo waardevol dat we er graag een autoritje voor over hebben.”

* Van 1921 – 1995 Haagse vestiging van sigarettenfabriek Eduard Laurens. De Caballero sigaret werd hier gemaakt.

Verhaal 1: Liefde is haar volgen als ze in jouw land niet kan aarden.

Liefde is de weg naar een baan plaveien als hij geen vast werk kan vinden. Hij, de goed gelukte en populaire skileraar uit Tirol. Zij, de struise Nederlandse die skiles nam en er met de hoofdprijs vandoor ging. Samen zijn ze Mike en Anna Fleischer.

Hun liefde houdt na 43 jaar nog steeds stand. Sinds de sluiting van Turmac/BAT pendelen ze heen en weer tussen Tirol en Zevenaar. Eventjes hebben ze geprobeerd een leven in Oostenrijk op te bouwen. Maar voor de levenslustige en geëngageerde Anna bleek het land van gletsjers, Grüß Gott en jodel te behoudend en saai. In Nederland was ze van beroep ziekenverzorger en daarnaast volop actief tijdens de tweede feministische golf met thema’s als economische zelfstandigheid en herverdeling van zorgverantwoordelijkheden. Zij wilde terug, hij ging mee.

Ze trouwden snel om Mike aan een verblijfsvergunning te helpen. Helaas was halverwege de jaren zeventig de werkeloosheid fors. Dat betekende voor buitenlandse werknemers een extra handicap om goed werk te vinden. Anna: “Mike had het er moeilijk mee, een zetje in de rug kon hij wel gebruiken. Ik werd getipt over Turmac/BAT, besloot er te solliciteren en kon als productieassistent beginnen. Eenmaal in dienst lukte het me wat maanden later ook Mike binnen te halen. Voelde hij zich steeds beter thuis bij Turmac/BAT, mij sprak de fabrieksomgeving allengs minder aan. Mijn oude werk, de zorg, lonkte. Net toen ik had besloten te vertrekken meldde Theo Florissen, voorzitter OR en FNV binnen BAT, zich. Hij wilde me graag inzetten bij het vakbondswerk. Zowel binnen het bedrijf als landelijk met als speerpunt de ontwikkeling van kansen voor vrouwelijke medewerkers. Hebben mannen en vrouwen tegenwoordig gelijke mogelijkheden op de arbeidsmarkt, toen was dat allerminst het geval. Het kostte behoorlijk wat tijd en energie vóór vrouwen echt naar verantwoordelijker banen konden doorstromen. Dat ik samen met een andere vrouwelijke collega als eerste een koppel als operator mocht vervullen, voelde als een kroon op het werk.”

Onvermijdelijk dient de vraag zich aan hoe het is om als echtpaar dichtbij elkaar of zelfs met elkaar te werken. Zeker toen Mike en Anna samen als 1e operators aan een machinecombinatie stonden. Of later toen Anna als voorzitter van de FNV bij Turmac/BAT bij de onderhandelingen over de sociale plannen betrokken was. Mike: “Voor ons was het nooit een issue. Thuis waren we man en vrouw, op het werk collega’s. Leidinggevenden of collega’s hebben ons nimmer een signaal gegeven dat onze relatie ons werk beïnvloedde.”

Mike en Anna waren niet het enige setje. Van kortstondige avontuurtjes tot levenslange vriendschappen, alles kwam voor. Anna: “Een verklaring hiervoor heb ik niet, al zullen de goede werksfeer, collegialiteit en saamhorigheid hier ongetwijfeld debet aan zijn. Onze herinnering aan Turmac/BAT is glashelder, het was een fantastische werkgever.”